Welkom

Tjalie Robinson (1911-1974)

Schrijver, journalist en Indische voorman

Indische moeder, Hollandse vader
In het Nijmeegse bevolkingsregister staat hij ingeschreven als Jan Boon. Maar pas onder de naam Tjalie Robinson verwierf hij een reputatie als stem van de Indische gemeenschap. Als literair auteur eiste hij onder het pseudoniem Vincent Mahieu een plaats op in de Nederlandse Letteren. Hij werd geboren tijdens een verlofperiode van zijn Hollandse vader, een KNIL-militair, en zijn Indische moeder. Maar hij groeide op en werd gevormd door de koloniale, Indische samenleving. In een terugblik op zijn leven passeert het vooroorlogse bestaan in Indië, de Japanse bezetting en de turbulente opkomst van de republiek Indonesië. Dan volgt de moeizame overgang naar het bestaan in Nederland en de inburgering als ‘niet-erkende minderheid’ in een land dat zwoer bij de Wederopbouw en het Grote Vergeten. Het leven van deze kleurrijke en nauwelijks bestudeerde schrijver bewoog zich op het snijvlak van een aantal culturen. Ook zocht hij, in het kielzog van veel andere Nederlandse emigranten, in de jaren zestig een tijdlang zijn heil in de Verenigde Staten. Daar was hij de oprichter van The American Tong-Tong en de grondlegger van de Indische groepscultuur in Californië en ver daarbuiten.

IJveraar voor het Indische

Jan Boon werkte vanaf 1936 als sportjournalist voor het Bataviaasch Nieuwsblad, waarvoor hij eveneens – in het begin met zijn eerste vrouw Edith de Bruijn – de Kindercourant en de jeugdrubriek De Renbode verzorgde. Tijdens de oorlog was hij krijgsgevangene onder de Japanners, eerst in Tjimahi, later in kamp Changi bij Singapore. Na de oorlog werkte hij als journalist bij de Rijksvoorlichtingsdienst in Batavia en bij de Nieuwe Courant in Soerabaja. In de jaren vijftig schreef hij voor de Nieuwsgier zijn vermaarde ‘Piekerans van een straatslijper’. Toch heeft ook hij vier jaar moeten soebatten om als zoon van een Nederlandse vader en Indische moeder naar Nederland te mogen reizen. Daar ontpopte hij zich binnen enkele jaren als spreekbuis van zijn generatie. Hij was ook actief als pleitbezorger voor de overkomst van Indische achterblijvers, de spijtoptanten. Als eerste schiep hij een platform voor culturele eigenheid, tegen de assimilatiedruk van die tijd in. Hij bezon zich op de Indische geschiedenis en op de plaats van de ‘mengbloed’ in deze wereld. Ook beijverde hij zich voor het verzamelen van het koloniale erfgoed van zijn generatie. Verder was er in zijn werk plaats voor het onversneden heimwee van de migrant en gevoelens van onzekerheid over de eigen positie in een nieuwe samenleving. Hij was vitaal, nieuwsgierig, literair begaafd, maar ook een roepende in de woestijn. Zijn unieke erfenis met Tong-Tong (later Moesson) en met de Pasar Malam Besar is pas laat als zodanig erkend.

Tijd voor een levensverhaal

Het leven en de werken van Tjalie Robinson bieden een intieme kijk achter de schermen van het Indische leven vóór, tijdens en ná de oorlog. Toch is er betrekkelijk weinig over hem geschreven, terwijl hij een serieuze biografie verdient. Het werk daarvoor moet NU gedaan worden, want er leven nog mensen die hem gekend hebben. Zij moeten opgespoord worden, om hun herinneringen aan hem vast te leggen. Dat geldt ook voor de vijf jaar die hij tussen 1963 en 1968 in Whittier (Californië) heeft doorgebracht. Zij er bijvoorbeeld nog foto’s of filmpjes waar hij op staat? Wie bezit onbekende verhalen of BRIEVEN van hem, waarvan zij kopieën ter beschikking willen stellen? Zijn er mensen die bijzondere herinneringen aan hem bewaren, en die bereid zijn daarover te vertellen in een interview. Een ieder die iets weet of kan bijdragen aan de biografie, zou ik willen vragen dat aan mij te melden. De afgelopen twintig jaar heb ik mij diepgaand met de Indische geschiedenis beziggehouden, en al die tijd is mijn fascinatie voor de schrijver en organisator Tjalie Robinson levend gebleven. Dus als u mij verder kunt helpen, laat u het dan weten. Gewoon door een email of een briefje te sturen, of even te bellen.

Promotionele pennen gebruik je om gemakkelijk te kunnen bepalen waar op het papier inkt moet komen. En wat dacht je van een boekenlegger als kunstgeschenk?